Luistervinkje spelen

Luistervinkje spelen

Door: Jessyca

De vink is een vogeltje dat van oudsher bekend staat om zijn goede gehoor, vandaar de benaming ‘luistervink’. De titel van deze blog is eigenlijk niet passend bij onze doelgroep. Als slechthorende kun je niet (on)bewust luistervinkje spelen. De ontkenning voor het woord ‘bewust’ zet ik hier – bewust – tussen haakjes, want horen gaat gelukkig bij velen van ons automatisch. Geluid komt bij mensen binnen zoals beeld, geur, smaak en tast ook binnenkomen en door de hersenen worden verwerkt. Hierdoor neemt men onbedoeld informatie tot zich.

Bewust ‘luistervinkje spelen’ heeft iets stiekems. Dat zit hem al in het werkwoord ‘spelen’: men neemt de rol aan van een luistervink. Voor goed horende mensen hoef ik de situatie niet te schetsen, maar voor slechthorende personen doe ik dat wel. Stel, u bent in gesprek met uw buurvrouw op de stoep voor uw huis. Een andere buur komt langsgelopen op weg naar zijn auto. Hij is geïnteresseerd in het onderwerp waar u met elkaar over spreekt. Eigenlijk kan hij direct in zijn auto stappen, maar dat doet hij niet. Hij opent even de achterklep en lijkt de spullen in de achterbak te herschikken. Ondertussen heeft hij zijn oren wijd open gespitst, om niets te hoeven missen van jullie gesprek. Met andere woorden: de buur van verderop luistert u af. Afluisteren is dan ook de betekenis van deze zegswijze.

Zoals ik net al schreef is onbewust informatie opvangen voor goed horenden vanzelfsprekend. Als men dineert in een restaurant, reist met de bus, in de rij staat voor de kassa: men vangt op wat er wordt gezegd en vergaart op deze manier nieuwe kennis. Vervolgens kan men iets doen met deze kennis, bijvoorbeeld inbreken in een gesprek. Voorbeeld: u zit in de trein en voor u zitten twee jongeren. Zij vragen zich hardop af of zij wel in de juiste trein zitten, want zij dachten dat eerst station Rotterdam Alexander zou worden gepasseerd, op weg naar Gouda. U hoort dat ze er niet uitkomen en lichtelijk in paniek raken. U weet dat u in de trein richting Dordrecht bent gestapt en dat de jongeren zich waarschijnlijk hebben vergist in het perron. Op dat moment kunt u hen helpen met de informatie die u bezit. U breekt in in hun gesprek en legt hen uit hoe nu verder.

De geschetste situatie zullen goed horende mensen allicht niet dagelijks meemaken, maar dit is wel een voorbeeld waaruit blijkt hoe een groepsgesprek kan ontstaan. Denk maar eens aan een gesprek op een feestje, na een kerkdienst, in de huiskamer of in de kantine op uw werk.

Terug naar de wereld van slechthorenden. Daar behoor ik zelf ook toe. In de bovenstaande situatie zou ik de jongeren niet hebben kunnen helpen. Natuurlijk, de kennis heb ik er wel toe, maar ik zou nooit hebben opgevangen dat zij zich zorgen maakten over hun treinreis. Ander voorbeeld: afgelopen week was ik op een bruiloft. De sfeer veranderde van intiem tijdens de ceremonie naar redelijk opgetogen met dito geluidsniveau tijdens het diner. Men praatte na over de dag en over allerlei andere onderwerpen: de planning van de kerst, de graatjes in de vis, de dood van de hond… etc. Wellicht zult u als lezer nu denken: boeiend, wat kan jou het schelen dat de één wel graten in zijn vis had en de ander niet?

Het kan mij alles schelen! Het zijn gesprekken waar ik graag aan mee doe. Of het nu over koetjes en kalfjes gaat of over serieuze zaken. Dat maakt niet uit. Onbewust en bewust krijg je het als slechthorende niet mee, waardoor je niet kunt participeren in het gesprek.

Uiteraard zijn er flarden van gesprekken die je wel meekrijgt, bijvoorbeeld wanneer de auto over het asfalt rijdt in plaats van over de keien, wanneer de aanwezige kinderen even stil zijn of wanneer er een ballad op de radio wordt gedraaid in plaats van een rocknummer. Voor even lukt het dan om mee te doen, maar wanneer de situatie verandert, is dat moment weer snel voorbij.

Dan kun je ervoor kiezen om assertief te wezen en continu om herhaling te vragen of een schrijftolk mee te nemen, maar ook daar zitten haken en ogen aan. Zelf ervaar ik het vragen om herhaling als hinderlijk. Wanneer ik al deelneem aan een gesprek, durf ik die stap nog wel te zetten, maar ook niet na elke beurt van de gesprekspartner. Dus ‘speel’ ik maar dat ik het heb gehoord en weet ik na het gesprek bijvoorbeeld nog steeds niet of ik de hond wel een beloning moet geven of niet. Als ik niet deelneem aan een gesprek, dan is drempel van het vragen om herhaling al helemaal te groot en niet-passend.

En dan die schrijftolk… of nog erger een stemtolk… Een mooi hulpmiddel bij cursussen, lezingen en een-op-eengesprekken, maar niet voor gelegenheden waar iedereen door elkaar spreekt en er meerdere gesprekken tegelijkertijd worden gevoerd. Zelf zou ik nooit een gesprek tussen twee anderen laten tolken, want dan voel ik mij echt een luistervinkje!

 

Klik hier om terug te gaan naar de blogs