Drivers

Drivers

Iedereen heeft zijn eigen redenen om iets wel of niet te doen. Vaak is dit onbewust.

Een ‘driver’ is een basisovertuiging. Al heel vroeg als kind heb je besluiten genomen over hoe je je dient te gedragen. Vanuit deze basis zijn we geneigd om wel of niet voor bepaalde behoeftes te zorgen.

Er is onderzoek naar deze basisovertuigingen gedaan en op basis van duizenden observaties heeft een onderzoeker (Kalher, 1974) geconcludeerd dat er 5 drivers te onderscheiden zijn:

Wees perfect

Wees sterk

Doe een andere een genoegen

Doe je best

Schiet op

Wees perfect

Mensen met een wees perfect driver, streven perfectie na. Er worden hoge eisen aan zichzelf gesteld en de omgeving. Het kan altijd nog beter. Ze vinden pas iets echt af als het perfect is, met als gevolg dat men lang over iets doet. Deze mensen hebben vroeger vaak gehoord dat goed niet goed  genoeg is, de lat kan altijd iets hoger gelegd worden. Dikwijls zijn de ouders perfectionistisch ingesteld. De valkuil is dat men vaak niet perfect kan zijn, waardoor men zich vaak niet OK voelt.

Wees sterk

Mensen met deze drivers, mochten vroeger vaak hun gevoelens niet tonen of toelaten (huilen). Als men pijn had, werd er gezegd dat het altijd erger kan, dat men de tanden op elkaar moet zetten. Mensen met een “wees sterk” driver vermijden afhankelijkheid. De valkuil is dat men zich OK voelt als men de zaak in de hand heeft. Daarbij kan men niet altijd sterk zijn. Gevoelens of behoeften worden niet goed aangevoeld, pas als het lichaam sterke signalen uitzend worden ze opgemerkt. Mensen met een handicap die deze driver hebben, hebben moeite om rekening te houden met hun belastbaarheid. Men moet sterk zijn en doorgaan.

Doe een ander een genoegen

Mensen met deze driver zijn vooral gericht op de behoeften van anderen. Vanuit vroeger heeft men meegekregen dat men alleen gewaardeerd werd als men de ander een plezier deed (“wees eens lief voor je moeder”). De behoeften van een andere gingen voor op de eigen behoeften. Later is men dan ook geneigd om de ander het naar de zin te maken, ten koste van zichzelf. Zij voelen zich pas OK als de ander zich OK voelt. Ze doen dingen voor je in de hoop dat ze daardoor geaccepteerd worden. Ze voelen zich teleurgesteld als de ander niet hetzelfde voor hen doet. De valkuil hierbij is dat het ook nodig is om in eigen behoeften te voorzien, maar men heeft moeite om voor zichzelf te zorgen.

Doe je best

Mensen met deze driver hebben vroeger niet duidelijk gehoord wanneer men iets goed deed (weinig complimenten en bevestiging). Als gevolg ging men heel hard zijn best doen, zonder te weten wat men moest doen om wel de bevestiging te krijgen. In het latere leven stort men zich op iets zonder daarbij doelgericht na te denken. Vaak gunt men zichzelf de tijd niet om iets goed af te maken. Het kan ook zijn dat men veel denktijd nodig heeft voordat men tot actie komt. De energie wordt niet adequaat verdeeld, dingen worden daardoor niet afgemaakt, ze lopen veel te hard van stapel en denken pas na als ze zich halverwege realiseren dat ze aan het eind van hun latijn zijn.

Maakt voort/schiet op

Vroeger heeft men de boodschap meegekregen dat men OK was als men snel handelde. Mensen met deze driver hebben vaak haast, denken snel, spreken snel, eten snel, zijn met hun toekomst bezig, vermijden het hier en nu, kijken veel op hun horloge, zijn ongeduldig. Vaak raakt men geïrriteerd als iets niet snel genoeg gaat, wat weer op de zenuwen van de ander werkt.

Drivers kunnen je veel brengen, (b.v. wees sterk; met deze driver zul je veel werk gedaan krijgen); er schuilt een kwaliteit achter. Maar aan de andere kant zit er ook een valkuil in (een mens is geen superheld). Ze lijken positief, maar zijn dit eigenlijk niet, omdat we vaak geneigd zijn om onze eigen behoeftes weg te cijferen. Vooral als je niet gehoorzaamt aan de driver, kan dit nare gevoelens opleveren. Iedereen heeft een aantal van deze drivers, maar vaak zullen twee of drie drivers de boventoon voeren.

Toestemmingen om eerder uit de valkuil van de drijver te komen kunnen bijvoorbeeld zijn:

Wees perfect

– Ik mag fouten maken zonder dat ik mij tekort voel schieten en ik kan daarvan iets leren.
– Ik mag mijzelf laten zien zoals ik ben en mijn eigen stijl ontwikkelen.
– Ik mag genieten van samenwerking met anderen.

Wees sterk

– Ik mag sterk zijn en tegelijkertijd behoeften hebben.
– Ik mag mijn gevoelens vertrouwen en mij erdoor laten leiden.
– Ik hoef op niemand indruk te maken om ervoor te zorgen dat ik geliefd ben.
– Ik hoef mezelf niet sterker voor te doen dan ik ben.

Doe de ander een genoegen

– Ik mag mijzelf serieus nemen en ontdekken wat ik zelf wil.
– Ik mag nadenken voordat ik iets op mijn eigen manier doe.
– Ik heb recht op een eigen mening.

Doe je best

– Ik hoef niet voor anderen te denken of voor hen verantwoordelijkheid te dragen.
– Ik mag blij zijn met wat ik bereikt heb en ervan uitrusten.
– Ik mag mij laten helpen.

Maakt voort/schiet op

– Ik mag er tijd voor nemen en het op mijn manier doen.
– Ik mag betrokken zijn op mensen en situaties en ervan genieten.
– Ik hoef niet voor anderen uit te lopen om opgemerkt te worden.

Vragen

Beantwoord de vragen hoe dit voor jou als persoon is. Los van je beperkingen.

  1. Wat zijn jouw drivers in je leven?
  2. Kun je vanuit je opvoeding en andere gebeurtenissen in je leven verklaren waarom je reageert zoals je reageert?
  3. Herken je bij jezelf de valkuilen van de drivers? Hoe ga je hiermee om?
  4. Ben je instaat om deze valkuilen om te buigen in toestemmingen (zie hier boven bij de uitleg)? Hoe voelt het als dat lukt of juist niet lukt?

Nadat we besproken hebben wat je drivers als persoon zijn, kunnen we praten over de invloed van je beperkingen op je drivers.

  1. Hoe werken je drivers door in je leven nu je door je dubbele beperking dingen niet meer kunt doen zoals je altijd deed.
  2. Kom je in conflict omdat je niet kunt voldoen aan je driver door je beperkingen?

6b. Hoe ga je hiermee om?