Een gewone werkdag of topsport?

Door: Annelie Westhuis

Stel je eens voor: Je ziet niet goed én je hoort ook niet goed. Maar je krijgt de kans om aan het werk te gaan en het geleerde tijdens je universitaire studie toe te gaan passen.

Je loopt op werkdagen ‘s ochtends om 7 uur met je geleidehond naar de bushalte, onderweg laat je de hond uit. Bij de bushalte sta je ingespannen te turen of je de bus ziet, zodat je hem kunt aanhouden. Je stapt in en zoekt de paslezer en hoopt dat je op een goede manier incheckt (want jij kunt het bevestigende piepje niet horen en de display niet lezen). Je probeert een plekje te vinden voor jezelf en de hond. Door alle ramen in de bus word je verblind en zie je bijna niets meer.

Na 20 minuten arriveer je op het treinstation en geef je je hond commando’s om de trein te vinden. Het is druk en onoverzichtelijk, maar onoverzichtelijk is het eigenlijk altijd…

Je checkt in en zoekt een plekje voor jezelf en de hond in de trein, wat niet meevalt want het is spitstijd en je ziet nog steeds erg weinig. Na 20 minuten arriveer je op het juiste station. Je stapt uit, checkt uit en geeft je hond commando’s voor de route naar de bushalte. Je stapt in de bus die langs komt rijden op het moment dat jouw bus hoort te komen. Je kunt het busnummer niet lezen en de chauffeur niet vragen, want je kunt hem niet verstaan. Dus op hoop van zegen… Gespannen spits je je op de route die de bus gaat rijden… Na 5 minuten begin je erin te geloven dat het de juiste bus is (maar helaas is dat niet altijd het geval) en na nog weer 5 minuten heb je je bestemming bereikt. Je stapt je bus uit, geeft je hond commando’s om naar kantoor te lopen.

Zo loop je 1 ½ uur nadat je van huis bent vertrokken het kantoor binnen. Omdat je ogen en oren slechts voor een deel werken, ben je continu alert. Die alertheid moet ervoor zorgen, dat je het opmerkt als er iets gebeurt. Dat lukt niet altijd, waardoor stressvolle situaties ontstaan. Zelfs het missen van een klein signaal kan al cruciaal zijn, waardoor er problemen ontstaan. Al met al kost deze alertheid en gespannen houding je heel veel energie. En eigenlijk zou je na deze reis wel even willen uitrusten, maar de werkdag begint.

Als je de deur van het kantoor opendoet word je meteen verblind door het felle kantoor licht. Je ziet hierdoor bijna niets meer en je ogen gaan pijn doen. Maar je mag aan het werk, dus je gaat ervoor! Gelukkig mag je het rolgordijn bij jouw raam naar beneden doen. Het geeft een klein beetje rust aan je ogen.

Je hebt een aangepaste computer met vergrootte letters. Als je 10 cm voor het scherm zit, kun je de woorden lezen, terwijl je steeds de tekst opschuift. Het duurt lang voordat je alles gelezen hebt, je krijgt er zere ogen van en je wordt heel moe, maar je negeert het, want je hebt een baan! Je doet mee!

Tijdens vergaderingen zorg je dat je dicht bij de voorzitter zit, zodat je de persoon die het meest aan het woord is, kunt verstaan.  Opmerkingen en vragen van anderen hoor je met een beetje geluk maar half en probeer je vanuit de context te laten landen. Maar het is ondoenlijk om alles mee te krijgen. Waardoor je niet weet wat er is gezegd/afgesproken en daardoor achter de feiten aanloop.

Al je aandacht gaat naar het meekrijgen wat er wordt gezegd en analyseren of je het juist verstaan hebt wat er wordt gezegd, waardoor je continu achterloopt en zelf geen inbreng hebt.

Je mist niet alleen de nodige communicatie, je mist ook de onnodige communicatie, het sociale contact, dat werken met collega’s leuk maakt. Grapjes e.d. krijg je niet mee, een groepsgesprek is helemaal niet te doen en communiceren met iemand op meer dan 2 meter afstand, is er ook niet bij.

Als je een vraag voor een collega hebt, loop je niet even naar haar toe om het haar te vragen, want je weet niet op welke plek ze vandaag zit. Ook zou je haar antwoord niet kunnen verstaan, omdat ze tussen andere collega’s zit die met elkaar aan het praten zijn. Dus stel je een mailtje op en wacht je tot ze dat heeft beantwoord.

In de pauze zit je tussen je collega’s, maar je hebt geen idee waar over wordt gepraat.  Je hoort alleen een hoop geroezemoes. Je hebt ook maar weinig tijd om te blijven zitten, want je geleidehond moet ook nog worden uitgelaten.

Na een lange werkdag vertrek je weer richting bushalte om de 1 ½ uur durende terugreis te beginnen.

Als je ernstig beperkt bent in de communicatie, dan geeft dat een gevoel van isolement. Je voelt je in de groep altijd de buitenstaander, wat een gevoel van minderwaardigheid/er niet bij horen oplevert; een gevoel van onbegrepenheid. Dat is een eenzaam gevoel.

Deze manier van communiceren geldt niet alleen op de werkvloer, maar ook in privé-omstandigheden. Daardoor rust je als iemand met doofblindheid nooit uit: bijkomen is er niet bij; werkelijk alles kost je meer energie in vergelijking met een gezond persoon. De beperking is allesomvattend en werkt door in elk aspect van het leven.

Je wilt zo graag hetzelfde doen en kunnen als een goed horende en goed ziende. Helaas werkt het in de praktijk niet zo. Daarom moet je soms keuzes maken die heel moeilijk zijn. Zoals het stoppen met een betaalde baan waar je ooit een universitaire opleiding voor hebt gevolgd. Die stap zetten kost tijd. Maar die stap is geoorloofd. Want als je als iemand met doofblindheid een jaar hebt gewerkt, verdien je een diepe buiging. Dan mag je met trots terugkijken op de uitdaging die je bent aangegaan. Dan mag je zonder schroom tot de conclusie komen dat het leven als iemand met doofblindheid al een uitdaging is zonder een baan. Dan mag je gaan bedenken hoe je al je kwaliteiten kunt gaan inzetten zonder betaald werk. Dan mag je met opgeheven hoofd verder gaan terwijl je goed voor jezelf zorgt, want dat verdien je!

Ga terug naar het overzicht met blogs